fbpx Skip to main content
arbeidsmarkt zorg

(update: juli 2022) De arbeidsmarkt van zorg en welzijn is gespannen. Moeilijk vervulbare vacatures, veel uitstroom en een hoog ziekteverzuim zijn drie van de vele ontwikkelingen die de arbeidsmarkt van zorg en welzijn kenmerken. We zetten er tien op een rij.

De cijfers in dit artikel komen onder meer uit de publicatie ‘Arbeidsmarktprofiel van zorg en welzijn’ (2020) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (2021) en StatLine (2021/2022) van AZW en CBS.

1. Moeilijk vervulbare vacatures

Halverwege 2020 waren er 35.000 vacatures in zorg en welzijn. In 2021 steeg dit naar 50.850 en naar 61.000 in het eerste kwartaal van 2022. De vacaturegraad van de sector – 37 vacatures op 1000 banen – ligt daarentegen lager dan de gehele economie – 43 vacatures op 1000 banen.  Wel is de vacaturegraad in zorg en welzijn omgeveer verdubbeld ten opzichte van medio 2015.

Voor zorgberoepen zijn er relatief veel moeilijk vervulbare vacatures eind 2021, namelijk 79 procent. In de huisartsenzorg (95 procent), kinderopvang (89 procent) en GGZ (78 procent) is vaak sprake van moeilijk vervulbare vacatures. In de VVT is gemiddeld 64 procent van het aantal openstaande vacatures moeilijk vervulbaar. Binnen zorg en welzijn zijn met name arbeidskrachten op middelbaar en hoger beroepsniveau moeilijk te vinden, in het bijzonder verzorgenden IG en verpleegkundigen.

Zoekt u nieuwe collega's? Ontdek Okeedo

2. Instroom en uitstroom

Eind 2021 waren er ruim 162.000 instromers en ruim 138.000 uitstromers. Daarmee is het aantal uitstromers met 13,5 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder. De zorgmedewerkers die de sector verlaten komen voornamelijk uit de branches sociaal werk en overige zorg. Echter verlaat een kwart van de vertrekkende medewerkers de gehele bedrijfstak, blijkt uit onderzoek van Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFWZ, 2022). In 2022 (net zoals in 2018 en 2020) blijven 3 op de 4 werknemers de sector trouw. Voor 31 procent is de hoge werkdruk als reden. Ook onvrede over de leiding speelt een rol bij velen.

3. Zij-instromers en herintreders

De instroom van werknemers wordt gevormd door zij-instromers, herintreders en ‘overig’ (bijvoorbeeld vanuit een opleiding). Bijna de helft van de instroom behoorde begin 2020 tot ‘overig’. In ziekenhuizen en overige medisch specialistische zorg was zowel het aandeel herintreders als zij-instromers het kleinst. In kinderopvang en VVT komen relatief veel mensen op een andere wijze (‘overig’) zorg en welzijn binnen.

4. Opleidingen voor de arbeidsmarkt zorg en welzijn

In totaal slaagden in het studiejaar 2020/’21 95.000 studenten voor een zorg- of welzijnsopleiding op mbo-, hbo- of wetenschappelijk niveau. Het totaal aantal gediplomeerden steeg daarmee opnieuw.

>>> Lees ook: Verzorgende IG schaars? Opleiden met ‘De Klas’ biedt werkgevers uitkomst

Van degenen die in het studiejaar 2020/’21 een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in een zorg- of welzijnsrichting hebben afgerond binnen het mbo, ging 75 tot 85 procent in deze bedrijfstak werken. Na de beroepsopleidende leerweg (bol) ging 60 tot 70 procent in zorg en welzijn aan het werk.

5. Vergrijzing

In het eerste kwartaal van 2020 was 24 procent van de werknemers 55 jaar of ouder; begin 2010 was dit nog 15 procent. Het huidige percentage ligt ruim boven het gemiddelde van 20 procent voor heel Nederland, en ook de stijging was bovengemiddeld. De vergrijzing was in het eerste kwartaal van 2020 met 29 procent het sterkst in de branche verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT).

6. Werkdruk

Volgens de AZW Werknemersenquête over het vierde kwartaal van 2021 was 76 procent van de werknemers in zorg en welzijn ‘wel tevreden’ tot ‘zeer tevreden’ met het werk. 44 procent vindt de werkdruk ‘(veel) te hoog’.  In 2020 was dit percentage nog 39 procent. Uit de enquête komt naar voren dat veel medewerkers onder meer te weinig tijd hebben om patiënten/cliënten persoonlijke aandacht te geven. Iets minder dan de helft kan niet zelf beslissen in welke volgorde het werk wordt gedaan.

>>> Lees ook: Werkdruk in de zorg: percentages, oorzaken en maatregelen

7. Ziekteverzuim

In het eerste kwartaal van 2022 was het ziekteverzuim onder werknemers in zorg en welzijn 8,9 procent, terwijl de algehele economie op een percentage van 6,3 ligt. Een jaar eerder was het ziekteverzuim in zorg en welzijn in het eerste kwartaal 6,8 procent. Vooral in de verpleging, verzorging en thuiszorg was het verzuim bovengemiddeld: 10,4 procent in het eerste kwartaal van 2022 en 8,6 procent een jaar eerder. Niet eerder werd in een bedrijfstak of branche een verzuim van 10,0 procent of meer gemeten.

8. Dienstverband

1015 duizend medewerkers in de zorg heeft een vaste arbeidsrelatie in het eerste kwartaal van 2022, aldus de cijfers van het CBS. Deze zorgmedewerkers hebben een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een vast aantal uren per week. Dan zijn er nog 107 duizend bepaalde tijd contracten met uitzicht op vast. Dit aantal flexibele medewerkers met een relatieve zekerheid nam 1 procentpunt toe in vergelijking met vorig jaar. Daarentegen nam het aantal oproepcontracten met 1 procentpunt af. Er werken 130 duizend zzp´ers in de sector in het eerste kwartaal van 2022.

>>> Lees ook: Zorgpersoneel in eigen beheer of uitbesteden: wat kost het?

9. Deeltijd

In het vierde kwartaal van 2021 is 0,68 procent van alle gewerkte uren in zorg en welzijn (exclusief kinderopvang) gewerkt vanuit een voltijdswerkweek. Dat betekent dat op 100 werkuren iets meer dan een half uur vanuit een voltijdsmedewerker is gewerkt.

In 2019 werkte driekwart in zorg en welzijn in deeltijd (minder dan 35 uur per week), ten opzichte van 51 procent voor de gehele economie. Uitschieter is de VVT, waar bijna 9 op de 10 werknemers en zelfstandigen in deeltijd werken. Met name het aandeel werkenden met een werkweek van 20 tot 35 uur springt eruit in zorg en welzijn: 57 procent. Het aandeel werkenden met een relatief kleine deeltijdbaan (tot 20 uur per week) was, net als in de gehele economie, 18 procent. Opnieuw is het aandeel in de VVT hier het grootst.

10. Aantal werkenden in zorg en welzijn

Met 1,4 miljoen werkzame personen is zorg en welzijn – na handel – de grootste bedrijfstak van Nederland. Er werken anderhalf keer zoveel personen als twintig jaar eerder. Verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT) is veruit de grootste branche. Deze branche is ruim anderhalf keer zo groot als de branche ziekenhuizen en overige medische specialistische zorg.

Echter is de continue stijging van het aantal mensen dat in de zorg werkt niet meer houdbaar, schrijft minister Conny Helder in een kamerbrief aan de Tweede Kamer. Op dit moment werkt één van de zes medewerkers van de beroepsbevolking in de zorg. Volgens Helder zou dit in 2040 één op de vier moeten zijn. Dat betekent dat het aantal zorgmedewerkers moet groeien naar 2,4 miljoen. “In plaats daarvan moet er meer geïnvesteerd worden in het voor de zorg behouden van medewerkers, leven lang ontwikkelen en het opschalen van technologische en sociale innovaties”, aldus Helder in de brief.

Specialist op de arbeidsmarkt van zorg en welzijn

Okeedo is gespecialiseerd in het detacheren van medewerkers voor de zorg. Onze zorgprofessionals en zorgstudenten zijn werkzaam in ziekenhuizen, ouderenzorg, GGZ en gehandicaptenzorg. Zij vormen niet alleen een langetermijn oplossing voor het personeelstekort, maar brengen nieuw elan in bestaande teams teweeg. Heeft u interesse in onze dienstverlening?

Neem contact op

Lees ook:

Detacheringsbureau zorg: alles over detacheren in zorg en welzijn

Okeedo introduceert nieuwe concepten voor care en cure

Hulp nodig? Chat met ons