fbpx
arbeidsmarkt zorg en welzijn

De arbeidsmarkt van zorg en welzijn is gespannen. Moeilijk vervulbare vacatures, veel uitstroom en een hoog ziekteverzuim zijn drie van de vele ontwikkelingen die de arbeidsmarkt van zorg en welzijn kenmerken. We zetten er tien op een rij.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geeft in de publicatie ‘Arbeidsmarktprofiel van zorg en welzijn’ een overzicht van kenmerken en ontwikkelingen van de arbeidsmarkt in zorg en welzijn. We hebben er tien voor je geselecteerd, die we op hoofdlijnen beschrijven.

1. Moeilijk vervulbare vacatures

Halverwege 2020 waren er 35.000 vacatures in zorg en welzijn. Dit is, op de handel na, het grootste aantal vacatures in de Nederlandse economie. De vacaturegraad lag in het tweede kwartaal van 2020 op 25 vacatures per duizend banen. Dit is rond het gemiddelde voor de gehele economie. Wel is de vacaturegraad in zorg en welzijn halverwege 2020 bijna verdubbeld ten opzichte van medio 2015.

Voor zorgberoepen zijn er relatief veel moeilijk vervulbare vacatures. Bij gemiddeld 7 op de 10 vacatures per werkgever was sprake van wervingsproblemen in deze bedrijfstak. In de GGZ, en ziekenhuizen en overige medisch specialistische zorg is relatief vaak sprake van moeilijk vervulbare vacatures. In de VVT is gemiddeld twee derde van het aantal openstaande vacatures moeilijk vervulbaar.

Zoekt u nieuwe collega's? Ontdek Okeedo

Binnen zorg en welzijn zijn met name arbeidskrachten op middelbaar en hoger beroepsniveau moeilijk te vinden, in het bijzonder verzorgenden IG en verpleegkundigen.

2. Instroom en uitstroom

Begin 2020 waren er ruim 164.000 instromers en ruim 125.000 uitstromers ten opzichte van een jaar eerder. Begin 2019 waren er nog iets minder dan 166.000 instromers en bijna 119.000 werknemers die de bedrijfstak verlieten. De instroom daalde dus terwijl de uitstroom hoger lag. Het is volgens het CBS nog te vroeg om te stellen dat de mobiliteit in de zorg structureel is ingezakt, maar deze ontwikkeling wijkt af van de afgelopen jaren.

De terugloop van het aantal instromers in zorg en welzijn was overigens niet algemeen. In vier van de tien branches kwamen er in het eerste kwartaal van 2020 meer werknemers bij dan een jaar eerder. Zo lag in de VVT de instroom hoger: 6 procent.

3. Zij-instromers en herintreders

De instroom van werknemers wordt gevormd door zij-instromers, herintreders en ‘overig’ (bijvoorbeeld vanuit een opleiding). Bijna de helft van de instroom behoorde begin 2020 tot ‘overig’. In ziekenhuizen en overige medisch specialistische zorg was zowel het aandeel herintreders als zij-instromers het kleinst. In kinderopvang en VVT komen relatief veel mensen op een andere wijze (‘overig’) zorg en welzijn binnen.

4. Opleidingen voor de arbeidsmarkt zorg en welzijn

In totaal slaagden in het studiejaar 2018/’19 bijna 86.000 studenten voor een zorg- of welzijnsopleiding op mbo-, hbo- of wetenschappelijk niveau. Het totaal aantal gediplomeerden steeg daarmee voor het derde jaar op rij.

>>> Lees ook: Verzorgende IG schaars? Opleiden met ‘De Klas’ biedt werkgevers uitkomst

Van degenen die in het studiejaar 2018/’19 een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in een zorg- of welzijnsrichting hebben afgerond binnen het mbo, ging 85 procent in deze bedrijfstak werken. Na de beroepsopleidende leerweg (bol) ging 63 procent in zorg en welzijn aan het werk. 55 procent van de afgestudeerde hbo’ers is werkzaam in zorg en welzijn, terwijl dit voor academici op 44 procent ligt. Op alle onderwijsniveaus nam het ‘sectorrendement’ toe ten opzichte van het studiejaar 2015/’16, behalve bij mbo-bbl.

5. Vergrijzing

In het eerste kwartaal van 2020 was 24 procent van de werknemers 55 jaar of ouder; begin 2010 was dit nog 15 procent. Het huidige percentage ligt ruim boven het gemiddelde van 20 procent voor heel Nederland, en ook de stijging was bovengemiddeld. De vergrijzing was in het eerste kwartaal van 2020 met 29 procent het sterkst in de branche verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT).

6. Werkdruk

In zorg en welzijn is de ervaren werkdruk op diverse vlakken bovengemiddeld vergeleken met andere bedrijfstakken. In de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van CBS en TNO antwoordde 53 procent van de werknemers in zorg en welzijn in 2019 ‘vaak’ of ‘altijd’ op de vraag of ze heel veel moeten werken.

>>> Lees ook: Werkdruk in de zorg: percentages, oorzaken en maatregelen

Na de horeca (53 procent) was zorg en welzijn de bedrijfstak met de meeste werknemers die melden dat zij erg snel moeten werken (39 procent). Na onderwijs (24 procent) kwamen in zorg en welzijn in 2019 de meeste werkgerelateerde psychische vermoeidheidsklachten voor (19 procent). Volgens de AZW Werknemersenquête was 78 procent van de werknemers in zorg en welzijn wel tevreden tot zeer tevreden met het werk in het vierde kwartaal van 2019.

7. Ziekteverzuim

In 2019 was het ziekteverzuim onder werknemers in zorg en welzijn 5,7 procent. Dit aantal is beduidend hoger dan in de gehele economie (4,4 procent). Vooral werknemers in VVT verzuimen vaker. Het ziekteverzuim in deze branche was 6,8 procent. In het eerste kwartaal van 2020 was het ziekteverzuim in de hele bedrijfstak 6,7 procent, in het tweede kwartaal 6,1 procent.

8. Dienstverband

In 2019 had 82 procent van de werknemers een vaste arbeidsrelatie. Zij hadden een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een vast aantal uren per week. In de gehele economie was dit minder dan drie kwart. De verschillen tussen de branches zijn beperkt.

>>> Lees ook: Zorgpersoneel in eigen beheer of uitbesteden: wat kost het?

9. Deeltijd

In 2019 werkte drie kwart in zorg en welzijn in deeltijd (minder dan 35 uur per week), ten opzichte van 51 procent voor de gehele economie. Uitschieter is de VVT, waar bijna 9 op de 10 werknemers en zelfstandigen in deeltijd werken.

Met name het aandeel werkenden met een werkweek van 20 tot 35 uur springt eruit in zorg en welzijn: 57 procent. Het aandeel werkenden met een relatief kleine deeltijdbaan (tot 20 uur per week) was, net als in de gehele economie, 18 procent. Opnieuw is het aandeel in de VVT hier het grootst.

10. Aantal werkenden in zorg en welzijn

Met ruim 1,5 miljoen werkzame personen is zorg en welzijn – na handel – de grootste bedrijfstak van Nederland. Er werken anderhalf keer zoveel personen als twintig jaar eerder. In deze periode steeg ook het aantal zelfstandigen, maar met 15 procent was het aandeel in het tweede kwartaal van 2020 lager dan gemiddeld onder alle bedrijfstakken.

Verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT) is veruit de grootste branche met 384.000 werkenden; 28 procent van zorg en welzijn in 2019. Deze branche is ruim anderhalf keer zo groot als de branche ziekenhuizen en overige medische specialistische zorg, waar 17 procent werkt. Daarna volgen overige zorg en welzijn en gehandicaptenzorg.

Bron: Arbeidsmarktprofiel van zorg en welzijn (CBS)


Specialist op de arbeidsmarkt van zorg en welzijn

Okeedo is gespecialiseerd in het detacheren van medewerkers voor de zorg. Onze zorgprofessionals en zorgstudenten zijn werkzaam in ziekenhuizen, ouderenzorg, GGZ en gehandicaptenzorg. Zij vormen niet alleen een langetermijn oplossing voor het personeelstekort, maar brengen nieuw elan in bestaande teams teweeg. Heeft u interesse in onze dienstverlening?

Neem contact op

Lees ook:

Detacheringsbureau zorg: alles over detacheren in zorg en welzijn

Okeedo introduceert nieuwe concepten voor care en cure

Hulp nodig? Chat met ons